Kauwen

  • ‘’Mijn kind eet alleen gladgemalen voeding of potjes voor kinderen van 6 maanden.”
  • ‘’Mijn kind kokhalst en/of verslikt zich als het brood eet.”
  • ‘’Mijn kind kauwt onvoldoende en slikt grote stukken voeding door.”
  • ‘’Mijn kind weigert bepaalde structuren.”

Waar moet je op letten met kauwen?

Vanaf ongeveer 8 maanden kun je steeds meer kauwbaar voedsel aanbieden aan je kind. Er is een gevoelige periode voor het leren kauwen, die plaatsvindt tussen 7 en 10 maanden. In deze fase wordt het eten minder gepureerd, zodat er kleine stukjes in blijven zitten die makkelijk doorgeslikt kunnen worden, maar wel meer beweging van de tong en kaken vragen. Je kunt ook iets geven waarop gekauwd kan worden, zoals een soepstengel, die snel zacht wordt en daardoor geen groot risico op verslikken vormt.

Er is ook een trend om al eerder, rond 6 maanden, te beginnen met het aanbieden van grotere stukken voedsel, zoals bij de Rapley- of Kleintjesmethode. Het is belangrijk dat je baby goed gesteund zit of zelfstandig rechtop kan zitten als je begint met het aanbieden van kauwbaar voedsel.

Bij het leren kauwen moet de mond complexere bewegingen maken. De tong moet heen en weer bewegen om het eten te verplaatsen, de kaken maken kauwbewegingen en de lippen moeten op elkaar blijven om te voorkomen dat het eten uit de mond valt. Door te oefenen met verschillende soorten voedsel, leert je kind kauwen. Rond de eerste verjaardag kunnen de meeste kinderen goed kauwen op verschillende structuren.

Voor sommige kinderen is kauwen echter een uitdaging. Ze verslikken zich vaak, kokhalzen bij bepaalde structuren, weigeren stukjes te eten, of houden hun mond stijf dicht. Een preverbaal logopedist kan onderzoeken waar deze problemen vandaan komen en advies geven over hoe het eten van vast voedsel stap voor stap opgebouwd kan worden.

Ga naar de inhoud