Hoe zit het met borst- en flesvoeding?
Vanaf de geboorte tot ongeveer 6 maanden drinken kinderen volledig aan de borst of uit de fles. Tijdens het drinken combineren ze het zuigen, slikken en ademen. In de eerste maanden gebeurt dit automatisch door voedingsreflexen, zoals de zoekreflex, waarbij een baby naar de tepel of speen zoekt als de wang wordt aangeraakt.
Naarmate de baby meer ervaring opdoet, krijgt hij steeds meer controle over het zuigen, slikken en ademen. Tussen 6 weken en 3 maanden begint het drinken nog met reflexen, maar het laatste gedeelte van de voeding wordt steeds vaker bewust gedronken. De baby leert zelf te bepalen wanneer hij stopt of weer begint met drinken. Rond 4 maanden wordt de hele voeding bewust gedronken en kan het kind beginnen met hapjes van een lepel, omdat de controle over de mond- en slikbewegingen toeneemt.
Soms gaat het drinken aan de borst of fles niet helemaal goed. Sommige kinderen hebben moeite met het leegdrinken van de fles, weigeren de fles, verslikken zich vaak of knoeien tijdens het drinken. Ook kan het voorkomen dat een kind klakkende of klokkende geluiden maakt tijdens het drinken. Als je je zorgen maakt over het drinkgedrag van je kind, kun je een preverbaal logopedist inschakelen. Deze specialist kijkt mee tijdens de voeding, onderzoekt wat er niet goed gaat en geeft advies om de voeding comfortabeler te maken.